Hout verven doe je door het eerst schoon te maken en te schuren, daarna waar nodig grondverf aan te brengen en het af te werken met houtlak. Werk in dunne lagen en laat iedere laag goed drogen. Zo hecht de verf beter en blijft het resultaat langer mooi.
De juiste aanpak hangt af van de ondergrond en van wat je schildert. Een kastdeur vraagt bijvoorbeeld om een andere slijtvastheid dan een houten wandpaneel.
Welke verf heb je nodig voor hout?
Voor een dekkend resultaat gebruik je houtlak. Die is verkrijgbaar in verschillende kleuren en glansgraden. Matte lak valt minder op bij kleine oneffenheden, terwijl zijdeglans en hoogglans een gladdere uitstraling geven. Op een glanzend oppervlak zie je beschadigingen en stof vaak sneller.
Binnenshuis is watergedragen houtlak een praktische keuze: deze ruikt meestal minder sterk en kwasten zijn met water schoon te maken. Kies voor hout dat veel wordt aangeraakt, zoals een tafelblad, een lak die geschikt is voor intensief gebruik.
Voor buiten moet de verf geschikt zijn voor gebruik in de buitenlucht. Wil je de houtnerf zichtbaar houden, dan kun je een transparant product overwegen in plaats van dekkende verf.
Wat heb je nodig om hout te verven?
Met deze spullen kun je de meeste schilderklussen aanpakken:
- Ontvetter, een spons en een schone doek.
- Schuurpapier en een doek of stofzuiger om schuurstof te verwijderen.
- Grondverf voor hout en een passende houtlak.
- Een kwast voor randen en hoeken en een lakroller voor grotere vlakken.
- Afplaktape en afdekfolie of een stucloper.
- Een roerstaaf en een verfbakje.
- Eventueel houtplamuur en een plamuurmes voor kleine beschadigingen.
Kies een kwast en roller die geschikt zijn voor de verf die je gebruikt. Een kleine lakroller werkt prettig op vlakke delen, terwijl je met een kwast beter bij naden en profielen komt.
Hout verven in vijf stappen
1. Maak het hout schoon. Verwijder stof en vuil en maak het oppervlak vetvrij met een geschikte ontvetter. Neem het hout zo nodig af met schoon water en laat het drogen. Ontvetten doe je vóór het schuren, zodat je vuil niet in het oppervlak schuurt.
2. Schuur het oppervlak. Schuur in de richting van de houtnerf. Maak ruwe plekken glad en schuur een bestaande, goed vastzittende verflaag licht op. Losse verf moet eerst weg. Verwijder daarna al het schuurstof, ook uit hoeken en naden.
3. Werk kleine beschadigingen bij. Vul gaatjes en kleine scheurtjes met geschikte houtplamuur. Laat de vulling drogen en schuur die glad. Voor diep aangetast of zacht hout is alleen plamuren en schilderen niet genoeg.
4. Breng waar nodig grondverf aan. Grondverf helpt de lak hechten en zorgt voor een gelijkmatige ondergrond. Vooral op kaal hout en op plekken waar oude verf is verwijderd, is een grondlaag meestal nodig. Gebruik een grondverf die past bij het hout en de gekozen lak.
5. Lak het hout af. Roer de verf goed door. Verf eerst de randen en hoeken met een kwast en gebruik daarna de roller voor de grotere vlakken. Werk in de richting van de nerf en verdeel de verf gelijkmatig. Meestal geven meerdere dunne lagen een mooier resultaat dan één dikke laag.
Laat iedere laag drogen voordat je verdergaat. Schuur tussen de lagen licht op en maak het hout weer stofvrij. Op de verpakking staan de droogtijd en de aanwijzingen voor de combinatie van grondverf en lak.
Hoeveel verf heb je nodig?
Bereken eerst de oppervlakte die je wilt schilderen: vermenigvuldig de lengte met de breedte. Tel bij een kast ook de delen mee die je aan de binnenkant wilt verven. Vermenigvuldig de totale oppervlakte daarna met het aantal verflagen.
Een voorbeeld: bij een oppervlak van 13 vierkante meter heb je voor twee lagen genoeg lak nodig voor 26 vierkante meter. Staat op een pot dat je er ongeveer 15 vierkante meter mee kunt schilderen, dan zijn voor die twee lagen meestal twee potten nodig. Grondverf komt daar nog bij.
Het werkelijke verbruik verschilt. Ruw hout neemt vaak meer verf op dan een glad oppervlak en bij randen en profielen gebruik je meestal wat extra.
Veelgemaakte fouten bij hout schilderen
Begin niet op een vochtige of vuile ondergrond. De verf kan dan slecht hechten, waardoor de laag eerder loslaat. Ook loszittende oude verf onder een nieuwe laag kan later voor problemen zorgen.
Te veel verf op de kwast of roller geeft sneller druipers. Verdeel de lak liever rustig over het oppervlak en werk een druiper meteen weg zolang de verf nog nat is. Is de laag al aan het drogen, laat hem dan met rust en schuur de plek na het drogen voorzichtig glad.
Voor veel verfproducten is een temperatuur tussen ongeveer 10 en 23 graden prettig. Bij kou droogt verf vaak langzaam; bij veel warmte kan de laag juist te snel drogen. Zorg binnenshuis voor ventilatie tijdens het schilderen en drogen.
Veelgestelde vragen over hout verven
Moet je hout altijd schuren voor het verven?
Licht schuren helpt meestal om een glad oppervlak te krijgen en de verf goed te laten hechten. Ook een bestaande verflaag die nog stevig vastzit, krijgt zo een betere basis voor de nieuwe laag.
Hoeveel lagen verf heeft hout nodig?
Meestal zijn na de grondlaag meerdere dunne laklagen nodig. Hoeveel precies, hangt onder meer af van de kleur en de dekking van de verf. Een lichte kleur over een donkere ondergrond kan een extra laag vragen.
Wanneer kun je geschilderd hout weer gebruiken?
Verf die droog aanvoelt, is niet altijd al hard genoeg voor intensief gebruik. Zet spullen daarom niet meteen op een pas geschilderde plank of tafel. Geef de lak tijd om verder uit te harden.
Haal afplaktape voorzichtig weg als de laatste verflaag voldoende is aangetrokken. Bewaar een restje lak goed afgesloten voor kleine beschadigingen die later kunnen ontstaan.