Je kunt een plafond glad maken door losse delen te verwijderen, beschadigingen te vullen en een geschikte egaliseerpasta dun en gelijkmatig aan te brengen. Na het drogen werk je kleine oneffenheden bij en kun je het plafond afwerken met verf.
De aanpak hangt af van de ondergrond. Een plafond met een lichte structuur is vaak zelf glad te maken. Bij diepe beschadigingen, een grove structuur of een ondergrond die niet goed vastzit, is een strak resultaat lastiger.
Bekijk eerst de staat van het plafond
Voel met je hand over het plafond en bekijk het bij daglicht. Zit de bestaande afwerking stevig vast? Dan kun je die meestal laten zitten en eroverheen egaliseren. Losse verf, poederende delen en afbrokkelend materiaal moet je eerst verwijderen.
Een glad oppervlak is niet automatisch helemaal vlak. Een dunne laag pasta kan een lichte structuur en kleine oneffenheden wegwerken, maar maakt grote hoogteverschillen niet zomaar vlak. Leg een lange rechte lat tegen het plafond om te zien waar grotere afwijkingen zitten.
Zie je vochtplekken, loslatende lagen of terugkerende scheuren? Pak de oorzaak eerst aan. Anders kan de nieuwe afwerking opnieuw loslaten of scheuren. Vermoed je dat een oude plafondlaag asbest bevat, laat die dan onderzoeken voordat je gaat schuren of krabben.
Wat heb je nodig om een plafond glad te maken?
Voor een stevig plafond met een lichte structuur kom je met deze spullen een heel eind:
- Afdekfolie of stucloper en afplaktape.
- Een stevige trap of werkplatform.
- Een plamuurmes, vulmiddel en eventueel een geschikte voorstrijk.
- Egaliseerpasta die geschikt is voor plafonds, met een roller of spaan om die aan te brengen.
- Een breed gladmes of een brede spaan om de pasta vlak te trekken.
- Fijn schuurpapier, een stofmasker en een veiligheidsbril.
Kies de pasta op basis van de structuur en de ondergrond. Kant-en-klare egaliseerpasta is handig voor kleine oneffenheden. Een grovere structuur vraagt om een product dat daarvoor geschikt is en soms om meer dan één laag. Op de verpakking staat welke ondergronden en laagdiktes bij het product passen.
Plafond glad maken in vijf stappen
1. Maak de ruimte klaar. Haal meubels weg of dek ze af. Bescherm de vloer en plak de bovenrand van de muren af. Schakel de stroom uit voordat je een plafondlamp verwijdert.
2. Maak de ondergrond schoon en stevig. Verwijder stof, vuil en losse delen. Vul gaten en kleine scheuren met vulmiddel en laat dit drogen. Gebruik een passende voorstrijk als de ondergrond sterk zuigt of als het gekozen product dat nodig heeft.
3. Breng de egaliseerpasta aan. Werk vanaf een stabiele plek en verdeel de pasta met een roller of spaan. Begin met een deel van het plafond dat je goed kunt bereiken. Breng niet meer aan dan je vlak kunt trekken voordat de pasta begint te drogen.
4. Trek de laag glad. Ga met een breed gladmes of een brede spaan over de verse pasta. Werk in overlappende banen en haal overtollig materiaal weg. Zie je na het drogen nog structuur of kleine kuiltjes? Breng dan plaatselijk of over het hele oppervlak een volgende dunne laag aan.
5. Werk kleine randen bij. Laat de laatste laag volledig drogen. Schuur uitstekende randjes licht weg en maak het plafond stofvrij. Strijklicht van een lamp langs het plafond helpt om oneffenheden te zien.
Zelf doen of laten doen?
Een kleine kamer met een stevige ondergrond is een overzichtelijke klus om zelf te proberen. Boven je hoofd werken blijft wel zwaar, en aanzetten of ribbels vallen op een plafond snel op. Neem daarom de tijd om de pasta gelijkmatig te verdelen.
Bij een groot plafond, grove structuur of meerdere losse lagen kan een vakman een betere keuze zijn. Ook als je plafond flinke hoogteverschillen heeft, vraagt een vlak resultaat meer dan een dunne laag egaliseerpasta.
Veelgestelde vragen
Kan MuurGlad op een plafond?
Er zijn varianten van Alabastine MuurGlad die voor plafonds bedoeld zijn. Kies een variant die past bij de bestaande ondergrond en structuur. Ook bij dit product moet de oude laag schoon en stevig zijn.
Hoe zie je of het plafond glad genoeg is?
Schijn met een lamp langs het oppervlak. Zo zie je ribbels en kleine kuiltjes beter dan bij licht dat recht op het plafond valt. Werk opvallende plekken bij voordat je gaat verven.
Laat de egalisatielaag goed drogen en maak het oppervlak stofvrij voordat je verdergaat. Zo blijft het gladde resultaat ook na de afwerking goed zichtbaar.