absolute luchtvochtigheid

Absolute luchtvochtigheid: hoeveel waterdamp zit er in de lucht?

Inhoudsopgave

Absolute luchtvochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp er werkelijk in een bepaalde hoeveelheid lucht zit. Meestal wordt dit uitgedrukt in gram waterdamp per kubieke meter lucht (g/m³). Dat is iets anders dan de luchtvochtigheid in procenten: die geeft aan hoe dicht de lucht bij verzadiging is.

Hoe bereken je de absolute luchtvochtigheid?

Om de absolute luchtvochtigheid in g/m³ te berekenen, deel je het gewicht van de waterdamp door het volume van de lucht:

Absolute luchtvochtigheid = gram waterdamp ÷ volume lucht in m³

Bevat 2 m³ lucht bijvoorbeeld 10 gram waterdamp? Dan is de absolute luchtvochtigheid 5 g/m³. Het gaat alleen om water in de vorm van onzichtbare damp, niet om waterdruppels zoals condens.

Je kunt de waarde ook benaderen met een calculator of tabel. Daarvoor heb je de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid nodig. Die laatste lees je meestal af op een gewone luchtvochtigheidsmeter.

Het verschil tussen g/m³ en g/kg

Naast g/m³ kom je ook g/kg tegen. Die eenheid geeft aan hoeveel gram waterdamp er aanwezig is per kilogram droge lucht. Dit wordt ook het absolute vochtgehalte genoemd. De twee waarden beschrijven allebei de hoeveelheid waterdamp, maar gebruiken een andere basis. Je kunt ze daarom niet zomaar met elkaar vergelijken.

Dat verschil merk je bij verwarmen. Als een afgesloten hoeveelheid lucht warmer wordt, zet de lucht uit. Dezelfde hoeveelheid waterdamp zit dan in een groter volume, waardoor de waarde in g/m³ daalt. De hoeveelheid waterdamp per kilogram droge lucht blijft gelijk, zolang er geen vocht bijkomt of verdwijnt.

Wat zegt de temperatuur over de hoeveelheid vocht?

Bij een hogere temperatuur kan lucht meer waterdamp bevatten voordat die verzadigd raakt. Daardoor zegt een percentage op zichzelf niet hoeveel waterdamp er in de lucht zit.

Een voorbeeld: lucht van ongeveer 20 °C met een relatieve luchtvochtigheid van 50% bevat ongeveer 8,6 gram waterdamp per m³. Buitenlucht van ongeveer 10 °C en 80% bevat ongeveer 7,5 gram per m³. De buitenlucht heeft dus een hoger percentage, maar bevat minder waterdamp per kubieke meter.

Koelt lucht voldoende af, dan kan waterdamp condenseren. De temperatuur waarbij dat begint, heet het dauwpunt. Hoe meer waterdamp de lucht bevat, hoe hoger het dauwpunt bij dezelfde luchtdruk.

Waarvoor gebruik je de absolute luchtvochtigheid?

De absolute waarde helpt als je wilt weten of er daadwerkelijk waterdamp bijkomt of verdwijnt. Alleen verwarmen haalt bijvoorbeeld geen vocht uit een afgesloten hoeveelheid lucht. Het relatieve percentage daalt wel, omdat de temperatuur stijgt.

Een ontvochtiger verwijdert waterdamp wel uit de lucht. Ook door lucht uit te wisselen kan de hoeveelheid vocht veranderen. Vergelijk je lucht bij verschillende temperaturen, dan geven het dauwpunt of het vochtgehalte in g/kg een zuiverder vergelijking dan alleen g/m³, omdat het volume van lucht met de temperatuur verandert.

Een meting in procenten is dus handig voor een snelle indruk. Wil je weten hoeveel waterdamp er echt aanwezig is, bekijk dan ook de absolute waarde en de eenheid waarin die staat.