De was droogt buiten meestal goed bij een luchtvochtigheid onder ongeveer 70%. Tussen 70% en 80% gaat het vaak langzamer. Boven 80% kan was nog steeds drogen, maar duurt het meestal langer en is de kans groter dat je hem vochtig binnenhaalt. Dit zijn richtlijnen: ook wind, zon, temperatuur en regen bepalen hoe snel je was droog wordt.
Bij welke luchtvochtigheid droogt de was buiten het snelst?
Hoe lager de relatieve luchtvochtigheid, hoe makkelijker vocht uit je was kan verdampen. De relatieve luchtvochtigheid geeft aan hoe vochtig de lucht is bij de temperatuur van dat moment. Een lager percentage is voor het drogen van was meestal gunstiger dan een hoger percentage.
- Onder ongeveer 70%: vaak geschikt om de was buiten te drogen, vooral als het droog is en er wind staat.
- Ongeveer 70% tot 80%: de was kan drogen, maar geef hem meer tijd. Wind en zon helpen.
- Boven ongeveer 80%: drogen gaat meestal traag. Dunne kleding kan nog drogen, maar dikke handdoeken blijven eerder vochtig.
Er is geen vast percentage waarbij was plotseling niet meer droogt. Ook boven 80% kan vocht verdampen. Andersom is een lage luchtvochtigheid geen garantie voor droge was: bij regen wordt je was opnieuw nat.
Wat doen wind, zon en temperatuur?
Wind voert de vochtige lucht rond je kleding af. Daardoor kan er nieuw vocht uit de stof verdampen. Een wasrek op een plek waar de wind langs kan, werkt daarom vaak beter dan een rek in een beschutte hoek. Hang kledingstukken met wat ruimte ertussen, zodat de lucht erlangs kan.
Zon warmt de stof op en helpt het vocht verdampen. Ook zonder zon kan was drogen, bijvoorbeeld op een bewolkte dag met wind. Bij koud en vochtig weer gaat het doorgaans minder snel dan op een warme, droge dag.
Kijk voor je de was ophangt naar de luchtvochtigheid per uur in de weersverwachting. Een ochtend met mist kan plaatsmaken voor een drogere middag. Later op de dag kan de luchtvochtigheid weer stijgen als de temperatuur daalt.
Droogt was buiten bij vorst?
Ja, dat kan. Water in de was kan eerst bevriezen en daarna langzaam als waterdamp uit het ijs verdwijnen. Dit heet sublimatie. Het werkt vooral bij droog weer en voldoende luchtbeweging, maar het kan lang duren.
Bevroren was voelt hard aan en is niet automatisch droog. Laat hem voorzichtig ontdooien en controleer daarna of de stof nog vochtig is. Buig bevroren kleding niet hard om beschadiging te voorkomen.
Hoe merk je of de was droog genoeg is?
Voel vooral aan dikke delen, zoals naden, zakken en de boord van een trui. Die drogen later dan dunne stukken stof. Buiten kan kleding koud aanvoelen zonder nog nat te zijn. Laat een twijfelachtig kledingstuk binnen even op temperatuur komen en voel opnieuw.
Haal de was bij voorkeur binnen voordat de avond vochtig wordt. Zijn handdoeken of dikke kleding nog klam, laat ze dan verder drogen voordat je ze opvouwt.