luchtvochtigheid in huis 30

Luchtvochtigheid in huis van 30 procent: is dat te laag?

Inhoudsopgave

Een luchtvochtigheid in huis van 30 procent is aan de lage kant. Voor de meeste kamers is ongeveer 40 tot 60 procent een gebruikelijke richtlijn. Een korte daling is meestal geen reden tot zorg, maar blijft de meter dagenlang rond de 30 procent staan en heb je last van droge lucht, dan kun je de luchtvochtigheid voorzichtig verhogen.

Wat merk je bij een luchtvochtigheid in huis van 30 procent?

Bij droge lucht kun je last krijgen van droge ogen, een droge huid of een droge keel. Ook je neus kan droog aanvoelen. Niet iedereen merkt daar iets van en zulke klachten kunnen ook een andere oorzaak hebben. Een hygrometer, een meter voor luchtvochtigheid, helpt je om te zien of de lucht in de kamer droog is.

Droge lucht kan ook invloed hebben op houten meubels of een houten vloer. Hout geeft vocht af aan de lucht en kan daardoor krimpen. Bij langdurige droogte kunnen naden beter zichtbaar worden. Dat betekent niet dat er bij een enkele meting van 30 procent meteen schade ontstaat.

Controleer of de waarde langere tijd laag blijft

Eén meting van 30 procent is een momentopname. Zet de hygrometer op ongeveer ooghoogte, uit de buurt van een radiator, direct zonlicht en een open raam. Meet een paar dagen achter elkaar, bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds. Zo zie je of de waarde steeds laag is of alleen op bepaalde momenten zakt.

Vergelijk zo nodig ook de woonkamer met de slaapkamer. De meting kan per ruimte verschillen, bijvoorbeeld doordat de ene kamer warmer is dan de andere. Verwarmen verlaagt de relatieve luchtvochtigheid: de lucht wordt warmer, terwijl er niet automatisch vocht bijkomt.

Geeft de meter steeds een onverwachte waarde aan, dan kun je die naast een tweede hygrometer zetten. Kleine verschillen tussen meters zijn mogelijk. Je hoeft daarom niet op één procent nauwkeurig te sturen.

Wat kun je doen als de luchtvochtigheid 30 procent blijft?

Staat de meter langere tijd rond de 30 procent en ervaar je klachten, probeer dan eerst eenvoudige maatregelen:

  • Verwarm niet warmer dan nodig. Als de temperatuur daalt zonder dat er vocht uit de lucht verdwijnt, stijgt de relatieve luchtvochtigheid.
  • Zet een bakje water neer. Water kan verdampen en zo wat vocht aan de lucht toevoegen. Het effect is vaak beperkt, dus meet of je verschil ziet.
  • Gebruik eventueel een luchtbevochtiger. Daarmee kun je gerichter vocht toevoegen. Kies een apparaat dat past bij de grootte van de kamer en meet met een hygrometer of de waarde stijgt.

Maak een luchtbevochtiger regelmatig schoon en ververs het water volgens de instructies van de fabrikant. Een vuil reservoir kan bacteriën of schimmels verspreiden. Stop met bevochtigen als de luchtvochtigheid voldoende is gestegen of als je condens op koude ramen ziet.

Blijf ook bij droge lucht ventileren: frisse lucht blijft nodig. Een open raam verhoogt de luchtvochtigheid niet altijd. Koude buitenlucht kan na het opwarmen binnen juist voor een lagere relatieve luchtvochtigheid zorgen.

Streef bij een aanhoudende waarde van 30 procent eerst naar ongeveer 40 procent, niet naar een zo hoog mogelijke waarde. Blijven je klachten bestaan of heb je benauwdheid, bespreek die dan met je huisarts.