douglas hout beitsen

Douglas hout beitsen: zo pak je het aan

Inhoudsopgave

Douglas hout beitsen doe je op schoon en droog hout met een beits die geschikt is voor douglas en de plek waar het hout staat. Maak het oppervlak eerst schoon, schuur glad hout licht op en breng de beits met een kwast in dunne lagen aan. Behandel ook de kopse kanten, waar vocht gemakkelijk in het hout trekt.

Met beits geef je douglashout een kleur en rem je de invloed van vocht en zonlicht. Het hout blijft wel werken: kleine scheurtjes kunnen dus ook na het beitsen ontstaan.

Welke beits gebruik je voor douglashout?

Kies voor een vochtregulerende houtbeits die geschikt is voor douglas. Zo kan vocht dat in het hout zit weer naar buiten. Voor een schutting of overkapping gebruik je een beits die geschikt is voor buiten. Bij een tafel of ander oppervlak dat veel wordt gebruikt, moet de beits ook geschikt zijn voor die belasting.

Met transparante beits blijf je de nerf goed zien. Een dekkende beits geeft meer kleur, al blijft de structuur van het hout vaak zichtbaar. Pigment helpt tegen de invloed van zonlicht. Een volledig kleurloze beits houdt vergrijzing daardoor meestal minder lang tegen dan een beits met pigment.

Beits maakt douglashout niet waterdicht en voorkomt geen houtrot als hout langdurig nat blijft. Zorg daarom dat water kan weglopen en dat delen van de constructie kunnen drogen.

Douglas hout beitsen in vijf stappen

  • 1. Laat het hout drogen. Beits geen nat douglashout. Is het hout pas geleverd of heeft het in de regen gestaan? Laat het eerst drogen. Ook nieuw hout kan nog vochtig zijn.
  • 2. Maak het oppervlak schoon. Verwijder vuil, stof en eventuele groene aanslag. Laat het hout na het reinigen opnieuw goed drogen.
  • 3. Werk ruwe plekken bij. Schuur splinters en scherpe randjes weg. Glad geschaafd hout kun je licht opschuren, zodat de beits beter kan hechten. Maak het oppervlak daarna stofvrij.
  • 4. Roer en beits. Roer de beits goed door, ook tijdens het werk als er pigment in zit. Breng een dunne, gelijkmatige laag aan in de richting van de houtnerf. Werk per plank of onderdeel om zichtbare aanzetten te beperken.
  • 5. Behandel de kopse kanten en laat drogen. Besteed extra aandacht aan de uiteinden van planken en balken. Breng daar voldoende beits aan, zonder dat er dikke plassen blijven staan. Laat de laag drogen en breng zo nodig een volgende laag aan.

Op de verpakking staan de geschikte verwerkingstemperatuur, droogtijd en het aanbevolen aantal lagen. Meestal zijn twee dunne lagen een goede basis. Beits buiten op een droge dag, niet in felle zon of vlak voordat het gaat regenen.

Let op hars en kleurverschil

Douglas kan hars afgeven, vooral bij knoesten en op warme plekken. Op verse hars hecht beits minder goed. Haal uitgeharde hars voorzichtig weg voordat je gaat beitsen. Hars kan later opnieuw naar buiten komen, ook als het hout al behandeld is.

Ruw gezaagd en glad geschaafd douglashout nemen beits niet altijd even sterk op. Daardoor kan dezelfde beits op het ene onderdeel donkerder lijken dan op het andere. Probeer de beits eerst op een onopvallend stukje of een reststuk van hetzelfde hout.

Wanneer is een nieuwe laag nodig?

Hoe lang de beits mooi blijft, hangt af van het product en de blootstelling aan zon en regen. Kijk regelmatig of de kleur vervaagt, het oppervlak schraal wordt of de laag loslaat. Buiten is onderhoud vaak na ongeveer twee tot drie jaar nodig, maar een beschutte plek kan langer meegaan.

Maak het hout voor een onderhoudslaag schoon en droog. Verwijder losse beits en schuur beschadigde plekken bij. Een intacte laag hoef je niet altijd helemaal weg te schuren, zolang de nieuwe beits erop kan hechten.

Begin bij een nieuw douglas project liefst met losse planken: dan kun je ook de uiteinden en andere lastig bereikbare kanten beitsen voordat je ze monteert.