rot hout behandelen

Rot hout behandelen doe je zo stap voor stap

Inhoudsopgave

Rot hout behandelen begint met het weghalen van al het zachte, aangetaste hout. Laat de plek daarna drogen, behandel het stevige hout met een geschikt impregneermiddel en vul de beschadiging met houtrotvuller. Werk de reparatie ten slotte af met verf of lak. Pak ook de oorzaak van het vocht aan, anders kan het hout opnieuw gaan rotten.

Wanneer kun je rot hout behandelen?

Een plaatselijke rotte plek in een kozijn, deur of ander houten onderdeel kun je vaak zelf herstellen. Prik met een schroevendraaier of priem in het hout. Zak je er gemakkelijk in en voelt het hout zacht of sponsachtig? Dan is het waarschijnlijk aangetast. Loslatende verf, scheuren en donkere plekken kunnen ook wijzen op vochtproblemen.

Is een groot deel van het hout zacht, zit de rot diep of gaat het om een dragend onderdeel? Laat dan een vakman beoordelen of reparatie nog veilig is. Soms is het beter om een deel van het hout of het hele onderdeel te vervangen.

Dit heb je nodig voor de reparatie

  • Een beitel of stevige krabber om het rotte hout te verwijderen.
  • Een borstel en stofzuiger om de reparatieplek schoon te maken.
  • Een houtvochtmeter om te bepalen of het hout droog genoeg is.
  • Houtrotimpregneer en een bijpassende houtrotvuller.
  • Een plamuurmes, schuurpapier, grondverf en lak voor de afwerking.
  • Werkhandschoenen en een stofmasker voor het schuren.

Voor houtrot is een tweecomponenten houtrotvuller vaak geschikt. Die meng je uit twee delen en wordt na uitharding hard. Gewone plamuur is vooral bedoeld voor kleine, oppervlakkige beschadigingen en niet voor het herstellen van een rotte plek.

Rot hout behandelen in vijf stappen

1. Verwijder het aangetaste hout. Steek met een beitel of krabber al het zachte hout weg, tot je overal stevig hout tegenkomt. Maak ook de randen van de plek vrij. Blijft er rot achter, dan kan de aantasting onder de vulling doorgaan.

2. Maak schoon en laat drogen. Verwijder splinters en stof met een borstel en stofzuiger. Verhelp eerst de oorzaak van het vocht, bijvoorbeeld een lekkende aansluiting. Laat het hout daarna drogen en meet het vochtgehalte. Als richtlijn moet dit onder de 18% liggen voordat je gaat vullen.

3. Breng houtrotimpregneer aan. Zet het droge, kale hout in met een geschikt impregneermiddel. Dit trekt in het hout en helpt de ondergrond voor te bereiden op de vuller. Impregneer maakt rot hout niet weer gezond: het zachte hout moet dus eerst weg.

4. Vul de plek. Meng de twee delen van de houtrotvuller en druk het mengsel met een plamuurmes goed in de uitsparing. Breng iets meer aan dan nodig, zodat je de plek na het uitharden vlak kunt schuren. Gebruik voor een ontbrekende hoek eventueel een mal om de vorm terug te maken.

5. Schuur en werk af. Schuur de uitgeharde vuller gelijk met het omliggende hout en maak de plek stofvrij. Breng daarna geschikte grondverf en lak aan, zodat de reparatie weer beschermd is tegen vocht.

De mengverhouding, wachttijd na het impregneren en uithardingstijd verschillen per product. Volg daarvoor de aanwijzingen op de verpakking en gebruik middelen die bij elkaar passen.

Voorkom dat de gerepareerde plek opnieuw gaat rotten

Een mooie verflaag is niet genoeg als er nog water achter het hout kan komen. Kijk daarom naar de aansluitingen rond de reparatie en herstel open naden of lekkages. Werk je buiten, kies dan een droge dag en bescherm de plek tegen regen terwijl de middelen drogen en uitharden.

Bekijk de gerepareerde plek bij later schilderonderhoud opnieuw. Blaasjes, scheuren of zacht hout zijn signalen om het vochtprobleem snel aan te pakken.