De luchtvochtigheid en de temperatuur hangen nauw samen: als lucht warmer wordt, daalt de relatieve luchtvochtigheid. Koelt de lucht af, dan stijgt die juist, zolang er geen vocht bijkomt of verdwijnt. Daarom kan een hygrometer een ander percentage aangeven terwijl de hoeveelheid waterdamp in de kamer vrijwel gelijk blijft.
Wat temperatuur doet met de luchtvochtigheid
Een hygrometer laat meestal de relatieve luchtvochtigheid zien. Dat percentage geeft aan hoeveel waterdamp er in de lucht zit vergeleken met de hoeveelheid waarbij de lucht bij die temperatuur verzadigd is. Warme lucht raakt bij een grotere hoeveelheid waterdamp verzadigd dan koude lucht.
Verwarm je een kamer zonder vocht toe te voegen, dan gaat het percentage omlaag. Andersom gaat het percentage omhoog als dezelfde lucht afkoelt. Dat betekent niet dat de lucht door de verwarming echt vocht verliest, of dat er door afkoeling vanzelf vocht bijkomt.
Voorbeeld: dezelfde lucht bij verschillende temperaturen
Stel dat de lucht in een afgesloten ruimte bij 20 graden een relatieve luchtvochtigheid van 50 procent heeft. Als alleen de temperatuur verandert, zijn dit ongeveer de gevolgen:
| Temperatuur | Relatieve luchtvochtigheid |
|---|---|
| 15 graden | Ongeveer 70 procent |
| 20 graden | 50 procent |
| 25 graden | Ongeveer 40 procent |
Dit is een rekenvoorbeeld. In een bewoonde kamer verandert de hoeveelheid waterdamp ook, bijvoorbeeld door koken, douchen en ventileren. Daardoor zal de meter in de praktijk niet precies deze waarden aangeven.
Waarom afkoeling tot condens kan leiden
Als lucht afkoelt, kan de relatieve luchtvochtigheid oplopen tot 100 procent. De lucht is dan verzadigd. De temperatuur waarbij dit gebeurt, heet het dauwpunt. Koelt de lucht verder af, dan kan een deel van de waterdamp veranderen in kleine waterdruppels.
Ook een koud oppervlak kan de lucht vlak ernaast voldoende afkoelen. Daardoor kan plaatselijk condens ontstaan, terwijl de hygrometer midden in de kamer minder dan 100 procent aangeeft. Een prettige meting in de kamer sluit vocht op een koude plek dus niet altijd uit.
Verwarmen verandert het percentage, niet meteen de hoeveelheid vocht
Staat de verwarming aan en daalt de luchtvochtigheid op de meter? Dan kan dat deels komen doordat de temperatuur stijgt. Verwarmen alleen verwijdert geen waterdamp uit een afgesloten ruimte. Om daadwerkelijk vocht af te voeren, is luchtverversing of ontvochtiging nodig.
Voor een woning geldt een relatieve luchtvochtigheid van ongeveer 40 tot 60 procent meestal als prettige richtlijn. Kijk bij het beoordelen van de meting ook naar de temperatuur: 50 procent bij een warme kamer zegt iets anders over de hoeveelheid waterdamp dan 50 procent bij een koude kamer.
Buitenlucht vergelijken met binnenlucht
Een hoog percentage buiten betekent niet automatisch dat er meer waterdamp in de buitenlucht zit. Koude buitenlucht kan een hoge relatieve luchtvochtigheid hebben en toch minder vocht bevatten dan warmere binnenlucht. Komt die buitenlucht binnen en warmt ze op, dan daalt haar relatieve luchtvochtigheid.
Je kunt de percentages binnen en buiten daarom niet goed vergelijken zonder ook naar de temperaturen te kijken. Het dauwpunt biedt een betere vergelijking: buitenlucht met een lager dauwpunt bevat minder waterdamp en kan helpen om vocht af te voeren. Blijf wel ventileren voor frisse lucht, ook als de buitenlucht vochtig is.
Wil je zien wat de temperatuur in jouw kamer doet? Gebruik een meter die zowel temperatuur als luchtvochtigheid aangeeft. Zet die niet direct naast een verwarming of in de zon. Zo vergelijk je de waarden op dezelfde plek en zie je beter of het percentage verandert door opwarming of afkoeling.