Portretfotografie tips die echt werken: zo maak je betere portretten

Inhoudsopgave

Scherpe ogen, mooi licht en een onscherpe achtergrond: dat zijn de drie dingen waar een goed portret op staat of valt. Met de juiste portretfotografie tips haal je meer uit elke shoot, of je nu werkt met een instapmodel of een geavanceerde camera. In dit artikel lees je precies wat je moet weten om stap voor stap betere portretten te maken.

Begin altijd met scherp stellen op de ogen

De ogen zijn het belangrijkste onderdeel van een portret. Als de ogen onscherp zijn, voelt de foto meteen minder geslaagd, ook als de rest goed belicht is. Stel je camera altijd scherp op het oog dat het dichtst bij de lens zit. Bij moderne camera’s kun je daarvoor oogherkenning of autofocus gebruiken. Bij oudere camera’s kies je handmatig een focuspunt dat op het oog staat.

Let er ook op dat je niet te dicht op je onderwerp staat. Als de neus veel scherper is dan de ogen, klopt de scherpte niet en ziet het portret er vreemd uit.

Hoe zorg je voor een mooie onscherpe achtergrond?

Een onscherpe achtergrond, ook wel bokeh genoemd, zorgt ervoor dat je onderwerp goed opvalt. Je krijgt dit effect door je diafragma zo groot mogelijk te openen, dus door een lage f-waarde te kiezen, zoals f/1.8, f/2.0 of f/2.8. Hoe groter de opening, hoe onscherper de achtergrond wordt.

Drie dingen helpen je om een mooier bokeeffect te krijgen:

  • Gebruik een lage f-waarde.
  • Zet je onderwerp verder van de achtergrond vandaan.
  • Ga zelf dichterbij je onderwerp staan.

Kies ook een achtergrond die rustig is. Een drukke achtergrond leidt af, zelfs als die onscherp is. Denk aan een groene haag, een geschilderde muur of een donkere achtergrond.

Licht is alles bij portretfotografie

Een goed portret staat of valt met het juiste licht. Gebruik bij voorkeur zacht, diffuus licht. Zo voorkom je harde schaduwen die rimpels en oneffenheden in de huid benadrukken. Natuurlijk licht vlak na zonsopgang of vlak voor zonsondergang werkt heel goed. Dit noemen fotografen het “gouden uur”. Het licht is dan warm en komt van lage hoek.

Schijnt de zon te hard? Ga dan in de schaduw staan, bijvoorbeeld bij een boom of gebouw. Binnenomstandigheden zijn ook prima, zeker als je dicht bij een groot raam gaat staan. Het licht dat door een raam valt is vaak zacht en geeft een mooie schaduwkant aan het gezicht.

Fotografeer je buiten op een bewolkte dag? Dan heb je geluk: de wolken werken als een grote diffuser en zorgen voor zacht, egaal licht over het hele gezicht.

Welke brandpuntsafstand werkt het beste voor portretten?

Voor portretfotografie raden veel fotografen een iets langere brandpuntsafstand aan, zoals 85mm of hoger. Deze lengte geeft een flatteuzere weergave van het gezicht dan een groothoeklens. Met een groothoek kun je gezichtskenmerken vervormen, waardoor een neus of kin groter lijkt dan in werkelijkheid.

Een langere brandpuntsafstand zorgt ook voor meer compressie in het beeld. Dat betekent dat de achtergrond dichter bij het onderwerp lijkt, wat het portret een mooier gevoel geeft. Heb je geen portretlens bij de hand? Dan werkt een 50mm ook prima als startpunt.

Praktische checklist voor je volgende portretshoot

  • Stel scherp op het dichtstbijzijnde oog van je onderwerp.
  • Kies een lage f-waarde voor onscherpe achtergrond.
  • Zet je onderwerp uit de buurt van de achtergrond.
  • Fotografeer bij zacht, diffuus licht of in de schaduw.
  • Gebruik een langere brandpuntsafstand, bij voorkeur vanaf 50mm.
  • Kies een rustige, niet-afleidende achtergrond.
  • Kies een sluitertijd die bewegingsonscherpte voorkomt, bijvoorbeeld minimaal 1/100 seconde.
  • Maak meerdere foto’s per pose, zodat je keuze hebt.

Hoe laat je je onderwerp ontspannen?

Veel mensen voelen zich ongemakkelijk voor de camera. Een gespannen onderwerp zie je meteen in het portret. Zorg daarom voor een ontspannen sfeer. Praat gewoon met de persoon voor je, stel vragen en neem de tijd. Schiet niet meteen, maar laat je onderwerp eerst wennen aan de situatie.

Geef ook duidelijke aanwijzingen. Zeg wat je wilt, zoals “kijk iets naar links” of “leun een beetje naar voren”. Mensen weten dan wat ze moeten doen en staan minder stijf. Laat tussendoor ook foto’s zien, zodat je onderwerp vertrouwen krijgt in het resultaat.

Meer halen uit je portretfoto’s

Kleine aanpassingen in nabewerking kunnen een portret veel professioneler laten lijken. Verhoog het contrast licht, maak de ogen iets helderder en corrigeer de witbalans als de huidtint er niet goed uitziet. Overdrijf de nabewerking niet: een natuurlijk resultaat is bijna altijd aantrekkelijker dan een sterk bewerkt portret.

Wil je echt groeien in portretfotografie? Schiet dan zo veel mogelijk en vergelijk je foto’s na elke shoot. Kijk wat goed werkte en wat je de volgende keer anders wilt doen. Geen theorie vervangt de ervaring die je opdoet door gewoon veel te oefenen.

Veelgestelde vragen over portretfotografie tips

Welke sluitertijd gebruik ik bij portretfotografie?
Bij portretfotografie gebruik je bij voorkeur een sluitertijd van minimaal 1/100 seconde. Zo voorkom je bewegingsonscherpte door kleine bewegingen van je onderwerp of je eigen hand. Fotografeer je met een langere lens, kies dan een nog kortere sluitertijd.

Kan ik portretfotografie oefenen met een gewone smartphone?
Ja, portretfotografie oefenen met een smartphone is zeker mogelijk. Moderne smartphones hebben een portretmodus die de achtergrond kunstmatig onscherp maakt. De principes voor licht, compositie en scherpstelling op de ogen gelden ook voor smartphones.

Wat is bokeh en waarom is het belangrijk bij portretten?
Bokeh is het onscherpe gedeelte van een foto, met name de achtergrond. Bij portretfotografie zorgt bokeh ervoor dat de aandacht van de kijker volledig naar het gezicht gaat. Je krijgt bokeh door een grote diafragmaopening te gebruiken en afstand te houden tussen je onderwerp en de achtergrond.

Hoe voorkom ik rode ogen op een portretfoto?
Rode ogen ontstaan als een flitser recht op de ogen van je onderwerp schijnt. Gebruik de flitser liever niet direct, maar bounced hem af op een plafond of muur. Fotografeer je zonder flitser, dan heb je dit probleem helemaal niet.