Een vetplant als hangplant is zeker mogelijk, en voor sommige soorten is het zelfs de meest natuurlijke manier van groeien. De Rhipsalis is het bekendste voorbeeld: deze cactussoort heeft geen stekels, hangt van nature en past daardoor perfect in een hangpot of mand. Er zijn meer vetplanten die het hangen goed verdragen, zolang je ze de juiste plek en verzorging geeft.
Welke vetplanten zijn geschikt als hangplant?
Niet elke vetplant leent zich voor een hangende positie. De mooiste resultaten krijg je met soorten die van nature langs rotswanden of boomtakken hangen. Dit zijn de meest geschikte keuzes:
- Rhipsalis: de meest bekende vetplant hangplant. Dunne, hangende stengels zonder stekels. Groeit in de natuur in tropische bossen en doet het goed in indirecte licht.
- Sedum morganianum (ezelstaart): dikke, blauwgroene blaadjes die trossen vormen die naar beneden hangen. Een echte blikvanger in een hangende pot.
- Senecio rowleyanus (parelplant): ronde blaadjes die op kralen lijken, aan lange slierten. Hangend groeit deze plant op zijn allerbest.
- Ceropegia woodii (hartjesplant): technisch gezien een vetachtige plant met hartvormige blaadjes aan dunne ranken. Compact en makkelijk.
- Disocactus flagelliformis (rattenstaartkactus): lange, hangende stengels die in het voorjaar bloemen geven. Opvallend en weinig onderhoud nodig.
Soorten die rosetten vormen, zoals Echeveria of Haworthia, zijn minder geschikt als hangplant. Ze groeien omhoog of opzij, niet naar beneden. In een hangpot verliezen ze hun mooie vorm en kunnen ze scheef of zwak worden.
De juiste plek voor een hangende vetplant
Vetplanten hangen vaak in de buurt van een raam, en dat is ook precies de juiste plek. Ze hebben veel licht nodig, maar let op: direct middagzonlicht door glas kan de blaadjes verbranden. Een plek met helder, indirect licht of ochtendzon werkt het beste voor de meeste hangende vetplanten.
Buiten hangen mag ook, maar alleen in de zomermaanden en uit de wind. Regen is voor de meeste soorten geen probleem als de pot goed afwatert. Rhipsalis en andere bosachtigen verdragen zelfs iets meer schaduw dan de doorsnee vetplant.
Hangpot kiezen: waar let je op?
De keuze van de hangpot maakt meer uit dan je denkt. Vetplanten verdragen geen natte wortels, dus drainage is geen optie maar een vereiste. Let op het volgende:
- Kies een pot met een afvoergat. Zonder afvoer stapelt water zich op bij de wortels en ontstaat er wortelrot.
- Terracotta potten laten vocht verdampen via de wanden, wat extra bescherming geeft tegen te veel water. Nadeel: ze zijn zwaarder.
- Plastic potten zijn licht en handig buiten, maar houden vocht langer vast. Giet dan spaarzamer.
- Let op het draagvermogen van het haakje of plafondanker. Een grote, natte pot kan flink wat kilo’s wegen.
Gieten en verzorgen van een vetplant hangplant
Het grootste risico bij een hangende vetplant is te veel water. Doordat de pot kleiner is en sneller opwarmt, droogt de grond ook sneller uit, maar dat is geen reden om vaker te gieten dan nodig. Check de grond eerst: steek een vinger in de potgrond en giet pas als de bovenste centimeters echt droog zijn.
In de zomer giet je gemiddeld één keer per week, in de winter eens per twee tot drie weken. Rhipsalis vormt hier een uitzondering: als tropische bosplant heeft die iets meer water nodig dan een woestijnsoort zoals Sedum morganianum.
Bemesting is niet nodig in de winter. In het groeiseizoen (april tot september) kun je eens per maand een beetje cactusvoeding geven. Gebruik altijd een speciale cactus- of vetplantenmix als potgrond, want die is grof genoeg om overtollig water snel te laten weglopen.
Veelgemaakte fouten bij hangende vetplanten
De meest voorkomende fout is een plek kiezen die te donker is omdat de plant “toch weinig water nodig heeft”. Weinig water en weinig licht gaan niet samen: vetplanten overleven in de schaduw, maar groeien er niet mooi. Lange, dunne stengels met grote tussenruimten tussen de blaadjes zijn een teken van te weinig licht.
Een andere valkuil is de plant laten hangen zonder hem ooit te draaien. Hangplanten groeien naar het licht toe en worden aan één kant kaal. Draai de pot elke paar weken een kwartslag, dan groeit de plant gelijkmatig naar beneden.
Tot slot: laat een hangende vetplant nooit te lang in dezelfde, te kleine pot zitten. Als de wortels uit het afvoergat komen of de plant zichtbaar krimpt na het gieten, is het tijd voor een nieuwe pot, één maat groter.
Een vetplant als hangplant geeft veel sfeer met weinig moeite, mits je de juiste soort kiest en zorgt voor licht en goede drainage. Begin met een Sedum morganianum of Rhipsalis als je nieuw bent met hangende vetplanten: beide zijn vergevingsgezind en groeien snel zichtbaar de goede kant op.